← Terug naar home

Hoe werken de berekeningen?

Geen rekenwerk voor de wedstrijdleider, maar het is fijn om te weten hoe een ingevoerde score uiteindelijk een eindstand, een klasse-indeling en een clubkampioen-uitslag wordt. In gewone taal, zonder code.

Hoe een score per baan tot stand komt

Elke baan heeft een vast aantal duiven, ingesteld bij het aanmaken van de wedstrijd. Verschillende banen mogen best een verschillend aantal hebben: baan 1 kan bijvoorbeeld 25 duiven zijn en baan 2 30. Per duif mag een schutter maximaal twee schoten lossen. Raak op het eerste schot of raak op het tweede schot telt allebei mee als "geraakt" voor die duif, maar wordt apart geregistreerd, omdat dat verschil later nog van pas komt.

Tijdens de score-invoer worden daarom per schutter, per baan, twee getallen bijgehouden:

  • Totaal geraakt: het totale aantal duiven dat raak was, ongeacht op welk schot.
  • 2e schot: hoeveel van die treffers pas bij het tweede schot raak waren.

Het aantal treffers op het eerste schot wordt daaruit automatisch afgeleid: totaal geraakt − 2e schot. Er wordt daarbij meteen gecontroleerd dat het aantal 2e-schot-treffers nooit hoger kan zijn dan het totaal geraakt, en dat het totaal geraakt nooit hoger kan zijn dan het aantal duiven dat voor die baan is ingesteld. Typt een wedstrijdleider daar per ongeluk iets ongeldigs in, dan wordt dat direct teruggemeld, zowel in de browser als bij het opslaan.

Per baan wordt bovendien continu een moeilijkheidsindex bijgehouden: de som van alle 2e-schot-treffers van alle schutters op die baan, gedeeld door de som van alle totaal-geraakt-scores op die baan. Hoe hoger dat getal, hoe vaker schutters op die baan een duif pas bij het tweede schot raakten in verhouding tot het aantal treffers, en dus hoe pittiger die baan die dag bleek. Deze index verandert live terwijl er scores worden ingevoerd, en bepaalt welke baan op dat moment als "moeilijkste baan" van de wedstrijd geldt, zichtbaar boven de tussenstand op de wedstrijdpagina.

Eindscore

De eindscore van een schutter is simpelweg de som van "totaal geraakt" over alle banen van de wedstrijd. Het totaal aan 2e-schot-treffers wordt los daarvan bijgehouden en telt niet rechtstreeks mee voor de eindscore. Dat getal komt pas in beeld zodra er een gelijke stand ontstaat, hieronder.

Bij gelijke stand (tiebreaker)

Staan twee of meer schutters gelijk, dan wordt in deze volgorde gekeken tot er een verschil gevonden is:

  1. Hoogste eindscore (totaal geraakt) wint.
  2. Bij gelijke eindscore: de minste 2e-schot-treffers wint.
  3. Nog steeds gelijk: wie het beter deed op de moeilijkste baan van de wedstrijd wint. Bij gelijkspel op die baan telt ook daar eerst het aantal geraakt, dan de minste 2e schoten. Blijft het gelijk, dan schuift de vergelijking door naar de op-één-na-moeilijkste baan, enzovoort.
  4. Zijn twee schutters na al deze stappen nog steeds 100% gelijk, dan krijgen ze een gedeelde plek (bijvoorbeeld "2 (gedeeld)"). De nummering slaat daarna geen plek over: na een gedeelde 2e plek komt de eerstvolgende schutter op plek 3.

Welke baan op dat moment als "moeilijkste baan" geldt, volgt uit de moeilijkheidsindex per baan (zie hierboven) en wordt continu herberekend terwijl de wedstrijd nog bezig is.

A/B/C-klasse-indeling

Na de wedstrijd wordt automatisch een totaalranking opgesteld (plek 1 tot en met het aantal schutters), puur op basis van eindscore plus tiebreaker. Die ranking wordt in drie even grote groepen verdeeld:

  • basis = aantal schutters gedeeld door 3, afgerond naar beneden
  • rest = aantal schutters mod 3
  • is de rest 0, dan zijn A, B en C even groot
  • is de rest 1, dan gaat de extra schutter naar groep C
  • is de rest 2, dan gaan de extra schutters naar groep A en groep B
9 schutters → 3-3-3  ·  10 schutters → 3-3-4  ·  11 schutters → 4-4-3  ·  20 schutters → 7-7-6

Groep A bevat de beste schutters (plek 1 tot en met de grootte van groep A), daarna groep B, daarna groep C, in volgorde van de totaalranking. Binnen elke groep krijgt iedereen ook een eigen positie (A1, A2, … / B1, B2, … / C1, C2, …).

Vallen twee schutters met een gedeelde plek precies op de grens tussen twee groepen (bijvoorbeeld de laatste B-plek en de eerste C-plek zijn volledig gelijk), dan gaan beiden naar de beste van de twee groepen (in dit voorbeeld dus allebei naar B). Die groep wordt dan tijdelijk iets groter dan de standaardverdeling, ten koste van de groep erna.

Clubkampioen

De clubkampioen-uitslag telt over een zelf gekozen reeks wedstrijden uit het seizoen. Bij N geselecteerde wedstrijden telt per deelnemer de beste (N−1) mee: de slechtste wedstrijd (het laagste totaal geraakt, en bij gelijke stand de meeste 2e-schot-treffers) vervalt automatisch.

Een deelnemer die aan minder dan (N−1) van de geselecteerde wedstrijden heeft meegedaan, valt buiten de uitslag. De eindscore is de som van het totaal geraakt over de meetellende wedstrijden; bij een gelijke stand beslist de som van de 2e-schot-treffers (minste wint), net als bij de tiebreaker binnen één wedstrijd. Bij een volledig gelijke stand krijgen deelnemers een gedeelde plek.