{% extends "base.html" %} {% block title %}Uitleg — ClayTracker{% endblock %} {% block content %}
Deze pagina legt in gewone taal uit hoe ClayTracker de eindstand van één wedstrijd berekent, en hoe de clubkampioen-uitslag over meerdere wedstrijden tot stand komt.
Per schutter, per baan wordt bijgehouden hoeveel duiven er in totaal geraakt zijn (totaal geraakt), en hoeveel daarvan pas op het 2e schot geraakt zijn (2e-schot-treffers). Het aantal 2e-schot-treffers kan nooit hoger zijn dan het totaal geraakt, en het totaal geraakt kan nooit hoger zijn dan het ingestelde aantal duiven voor die baan — dat wordt automatisch gecontroleerd.
De eindscore van een schutter is de som van "totaal geraakt" over alle banen van de wedstrijd samen. Het totaal aantal 2e-schot-treffers wordt apart bijgehouden — dat telt niet mee voor de eindscore zelf, maar wel als tiebreaker (zie hieronder).
Staan twee of meer schutters gelijk, dan wordt in deze volgorde gekeken tot er een verschil is:
Wat is de "moeilijkste baan"? Dat wordt live berekend: per baan wordt gekeken naar het totaal aantal 2e-schot-treffers van alle schutters samen, gedeeld door het totaal aantal geraakt van alle schutters samen. Hoe hoger die verhouding, hoe moeilijker de baan werd bevonden (minder in één keer raak, meer op het 2e schot). Dit is de "moeilijkheidsindex" die je boven de tussenstand ziet staan.
Na de tiebreaker staat de volledige ranking vast. Die wordt in 3 groepen verdeeld, ongeveer even groot:
Groep A bevat dus de beste schutters, dan B, dan C — in volgorde van de ranking. Iedereen krijgt ook een eigen positie binnen de groep (A1, A2, ... / B1, B2, ...).
Gedeelde plek precies op de grens tussen twee groepen? Dan gaan beide schutters naar de beste van de twee groepen (bijv. allebei naar B in plaats van één B en één C). Die groep wordt dan tijdelijk net iets groter, ten koste van de groep erna.
Op de Clubkampioen-pagina kies je zelf welke wedstrijden meetellen (bijvoorbeeld een heel seizoen). Zeg dat je N wedstrijden selecteert:
Voorbeeld: je selecteert 6 wedstrijden. Iemand die aan alle 6 meedeed, telt met zijn beste 5 mee (de slechtste vervalt). Iemand die er precies 5 meedeed, telt met al die 5 mee (er is dan niets om te laten vervallen). Iemand die er maar 4 meedeed, valt buiten de uitslag.